Uit een onderzoek naar strafprocedures voor de rechtbank van eerste aanleg Gent blijkt dat voor beklaagden met een beperkte kennis van het Nederlands systematisch mondelinge vertolking of samenvattingen in plaats van schriftelijke vertalingen worden gebruikt.
Het onderzoek, dat op 16 juni 2026 gepubliceerd werd, gaat na hoe de rechtbank van eerste aanleg Gent Richtlijn 2010/64/EU betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures toepast. Aan de hand van een analyse van strafrechtelijke dossiers, interviews en onderzoeksgegevens stelden de onderzoekers vast dat schriftelijke vertalingen van essentiële processtukken zelden werden voorzien of gevraagd, terwijl in de plaats daarvan systematisch werd gebruikgemaakt van mondelinge vertolking of samenvattingen. In de onderzochte strafrechtelijke dossiers was geen enkel aanhoudingsbevel schriftelijk vertaald, terwijl slechts drie tenlasteleggingen en twee vonnissen waren vertaald in de voorkeurstaal van de betrokken beklaagden. De auteurs stellen dat mondelinge bijstand een schriftelijke vertaling niet altijd in voldoende mate kan vervangen, want de informatie kan gefilterd, ingekort of vertekend worden, wanneer processtukken van de schriftelijke naar de gesproken vorm en tussen verschillende talen worden omgezet.
Klik hier om meer te lezen
Reactie van de BKVT
De taalwetgeving in strafprocedures worden enkel nageleefd, als de juiste vorm van taalkundige bijstand in het juiste stadium wordt voorzien. Vertolking en schriftelijke vertaling zijn professionele activiteiten die elkaar aanvullen, maar geen diensten die onderling kunnen worden verwisseld. Wanneer schriftelijke vertaling wettelijk vereist of noodzakelijk is, opdat een beklaagde zijn of haar rechten zou kunnen begrijpen en uitoefenen, mag die niet zomaar door mondelinge bijstand worden vervangen, louter vanwege het gemak of de kosten. Kwaliteit, professionele normen en behoorlijke arbeidsvoorwaarden zijn essentiële waarborgen.
