Skip to content
jakub-zerdzicki-9PwLeZA-RGc-unsplash

Jaarverslag ELIS: de huidige situatie en toekomstverwachtingen van de vertaalsector

ELIS publiceerde onlangs haar jaarverslag met de resultaten van de enquête over de trends in de (ver)taalsector en de verwachtingen van de vertalers en tolken. De enquête leverde opnieuw interessante inzichten op, die we graag met jullie delen. Hoewel de enquête werd uitgevoerd bij LSC’s (vertaalbureaus), zelfstandige vertalers, academici en studenten, focussen we in deze samenvatting op de eerste twee categorieën, de LSC’s en zelfstandige vertalers.

De algemene conclusie is dat traditionele vertaaldiensten belangrijk blijven, maar door de snelle opkomst van AI en machinevertaling onder zware druk staan. Zowel zelfstandige vertalers als vertaalbureaus ervaren een daling van activiteit, prijsniveau en toekomstvertrouwen. Tegelijk zoeken beide groepen naar manieren om hun positie te behouden, met name door zich te specialiseren, nieuwe activiteiten aan te bieden en door op een verantwoorde manier gebruik te maken van AI voor vertalingen.

Zelfstandige vertalers: een moeilijke situatie met pragmatische oplossingen

Het aantal actieve vertalers daalde in 2025 met 11%, waar dit in 2024 nog 3% bedroeg. De toekomstverwachtingen zijn dus vrij negatief, met een algemene onzekerheid over de financiële toekomst. Dit gevoel is uiteraard het gevolg van de opkomst van AI en MT. Toch blijven vertalers op zich tevreden over hun werk (mede door de gunstige werk-privébalans) en blijft hun liefde voor de taalsector overeind.

Dit laatste verklaart hoogstwaarschijnlijk de ‘pragmatische’ reactie bij vertalers door binnen de taalsector op zoek te gaan naar een nieuwe (hoofd)activiteit om hun inkomen veilig te stellen. Dit kan zijn door andere vertaalactiviteiten uit te oefenen (editing of post-editing, transcreatie, …) of door andere taalgebonden activiteiten te zoeken. Daarnaast schaven vertalers ook hun AI-skills en kennis van AI-tools bij en proberen ze zich te specialiseren in bepaalde niches. Nog in het kader van diversificatie blijven vertalers actief op zoek gaan naar directe klanten, al doen vertaalbureaus uiteraard hetzelfde.

Bij ongeveer 60% van de opdrachten speelt automatische vertaling of post-editing inmiddels een rol. In de helft van de gevallen gebeurt dit op vraag van de klant (voornamelijk door bureaus), maar in de helft wordt deze mogelijkheid door de vertaler zelf gebruikt of voorgesteld.

Een interessant gegeven ten slotte is dat er bij vertalers met rechtstreekse klanten een gevoel van ‘dankbaarheid’ ontstaat omdat de klant er in deze AI-tijden bewust voor kiest om in zee te gaan met een menselijke vertaler. Dit gevoel draagt bij aan de werktevredenheid.

Vertaalbureaus: onder druk en op zoek naar oplossingen

Ook LSC’s wijzen op een algemeen negatieve marktsituatie en delen de negatieve toekomstverwachtingen van de vertalers. Concreet uit dit zich in een afname met 32% van het aantal actieve vertaalbureaus in 2025, tegenover 23% in 2024. Deze cijfers liggen dus hoger dan bij de vertalers en tolken zelf, die uiteraard flexibeler zijn qua werking.

Net zoals de zelfstandige taalspecialisten proberen ook de LSC’s actief in te spelen op de veranderende marktsituatie, vooral door nieuwe activiteiten en diensten aan te bieden en hun bedrijfsmodel aan te passen aan de nieuwe realiteit.

Vertaalbureaus staan over het algemeen positiever tegenover de mogelijkheden van AI dan vertalers. Zo beschouwen ze AI als een standaardonderdeel van het vertaalproces, verwachten ze dat AI tot een algemene volumestijging zal leiden en zien ze tolkdiensten als een duidelijke groeimarkt. Ook denken de LSC’s dat het belang van lokalisatie zal groeien: lokale, gerichte marketing en transcreatie winnen volgens hen aan belang en worden minder bedreigd door de impact van AI.

Houding ten opzichte van AI

Ondertussen is het voor elke partij in de vertaalketen duidelijk dat AI een realiteit is, al verschilt de manier waarop er naar de mogelijkheden van de technologie wordt gekeken. Algemeen geldt dat de houding ten opzichte van AI verslechtert naarmate men naar het einde van de ‘schakel’ kijkt. Waar eindklanten vrij positief staan ten opzichte van de mogelijkheden van AI (en zich dus weinig bewust zijn van de risico’s), zien LSC’s er wel de mogelijkheden van in maar zijn ze zich erg bewust van de risico’s (en stellen ze zich grote vragen bij de verwachtingen van de eindklanten). De vertalers zelf tot slot staan eerder negatief tegenover de kwaliteit van automatische vertalingen. Bovendien is deze houding nog verslechterd tegenover een jaar geleden.

Rol van beroepsverenigingen

De enquête bevatte ook een vrij invulveld over de rol van beroepsverenigingen. Algemeen kwamen hier drie zaken naar voren. Ten eerste wordt er van beroepsverenigingen verwacht dat ze het beroep van vertalers en tolken verdedigen, bijvoorbeeld in de strijd tegen al te lage tarieven. Daarnaast verwachten de respondenten ook dat beroepsverenigingen actief communiceren over de risico’s van automatische vertalingen, om zo de soms overdreven verwachtingen van klanten op het vlak van AI te temperen. En ten slotte vinden de respondenten dat beroepsverenigingen nóg actiever moeten communiceren met andere spelers in de sector, bijvoorbeeld met de LSC’s.

Conclusie: aanpassingsvermogen en specialisatie van grote waarde

Hoewel de markt op dit moment dus vrij negatief is en ook de toekomstverwachtingen van de LSC’s en zelfstandige vertalers niet al te rooskleurig zijn, wijst het onderzoek op het belang van een pragmatische houding en flexibiliteit. Zelfstandige vertalers onderscheiden zich door de situatie ‘te aanvaarden zoals ze is’ en zich hieraan aan te passen, vooral door andere activiteiten te zoeken (diversificatie) en zich te specialiseren.